Vrouwen der wereld

Vrouwen der wereld, die mij lang
bezocht hebt in de nachtgezichten
en die mij alle dagen bang
en blij gemaakt hebt en deed dichten,

die met getilde borsten gaat
of ligt ontspannen van verlangen,
die staat star met befloerst gelaat
of weghurkt, door uw wee bevangen -

Lea, in dien gij hebt gehoopt
door desperaat bedrog bedrogen,
die hem uw vijandin afkoopt
en zoekt hem met uw zwakke ogen -

Abigaïl, hart wijs en wijd,
door botte praal benard, genegeerd,
Gods snelle slag heeft u bevrijd,
schoonheid die met de helden legert -

Nausicaä, in uw vertrek
hoort gij de lier en de gezangen.
Wie verstak heden uw bestek?
Voor altijd brandt uw ijl verlangen -

Zenobia, wier trots bestier
bant stad, woestijn, oase en haven,
gij moet als een gevangen dier
achter uw keizers strijdkar draven -

Lucrezia, wijnkelk met stank
gevuld van geelgroene venijnen,
die evenwel blijft slank en blank
de glanzen van stil, licht weerschijnen -

Mary, wie slaat uw sluier op,
tragische koningin der Schotten?
Kan uit een tere witte knop
een rode bloei van hartstocht botten? -

Naamloze vrouw van Eggheric
(die sloeg u, ‘t bloet brac uten monde),
straks gaat gij op uw broeders knik
en strekt u op Elegasts sponde -

Vrouwen door dichtertjes misbruikt,
die u uitnepen en verstieten,
vrouwen, door kinderdracht verstuikt,
fier: om geen tranen te vergieten -

Vrouw, die toen ik nog kind was plag
mij voor te gaan door bossen, weiden,
vrouw, die ik in de avond zag
langs de verlichte kimmen schrijden -

Gij met uw koele en goede blond,
gij allen, ranke en felle zwarten,
kastanjebruin, verfijnd, gerond,
rossen met warme en lichte harten -

Vriendinnen, moeders van mijn deugd,
wijkt achteruit in ruimte en tijden:
ik vraag niet langer naar uw lijden.

Die ik bemin, die mij bemint,
bij haar lig ik hier uitgetogen.
Tussen ons beiden ligt ons kind,
grappig gebarend onder ‘t zogen.

Hier is geen nood of ban of macht,
geen angst, geen weemoed en geen banden,
maar ‘t hartsverbond van dag en nacht
en ogen, lippen, boezem, handen.

Hier is het leven vol geraakt,
tot op zijn diepste grond bewogen,
en toen doorlicht en stil gemaakt.
‘t Kind staart ons aan met klare ogen.

Voor Tine